FAQ

Hieronder vindt u de vragen en bijbehorende antwoorden van de meest gesteelde vragen.

  • NASB
  • Vraag 1. Wat is het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB)?

    Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) is een initiatief van het ministerie van VWS. Met het NASB wil VWS bereiken dat meer burgers kiezen voor een actieve leefstijl. Om burgers op grote schaal tot een actieve leefstijl te verleiden is een omslag nodig: dagelijks bewegen wordt de norm!

     

    Door middel van het NASB kunnen gemeenten, sportorganisaties, bedrijven en andere maatschappelijke organisaties de gezondheid van te-weinig-actieve burgers stimuleren door hen activiteiten aan te bieden op het gebied van sport, spel, fitness en beweging in het ‘gewone’ dagelijkse leven. Met te-weinig-actieve burgers worden mensen bedoeld die de beweegnorm niet halen.

    Het NASB richt zich in principe op drie thema’s:

    • Bewegen en sporten in de gemeente (o.a. gericht op wijken, scholen en de gezondheids- en welzijnszorg)
    • Bewegen en sporten via sportvereniging of sportbond
    • Bewegen en sporten tijdens of rondom het werk

    Het NASB heeft een aantal succesvolle beweeginterventies verzameld. Het NASB wil deze interventies overal in Nederland laten uitvoeren, onder andere ondersteund met advisering, begeleiding en materialen van de 30 minuten bewegen campagne.

     

    De doelen van het NASB in 2012:

    • het percentage volwassenen (18+) dat aan de beweegnorm voldoet, is minimaal 70% (2005: 63%);
    • het percentage jeugdigen (4-17) dat aan de beweegnorm voldoet, is minimaal 50% (2005: circa 40%);
    • het percentage inactieve volwassen Nederlanders is maximaal 5% (2005: 6%)

    Het NASB moet uiteindelijk leiden tot:

    • het terugdringen van bewegingsarmoede bij vooral te weinig actieve burgers
    • de vermindering van overgewicht onder de Nederlandse bevolking
    • het terugdringen van andere gezondheidsproblemen als diabetes, hart- en vaatziekten en depressie.

     


     

    Feedback


  • Vraag 2. Welke partners werken mee aan het NASB?

    Het Ministerie van VWS

    Het ministerie van VWS is initiatiefnemer voor het NASB. Het ministerie draagt zorg voor flankerend beleid in de vorm van tijdelijke ondersteuning van de uitvoering op lokaal niveau, stelt via het Gemeentefonds een Rijksbijdrage aan de impulsgemeenten NASB beschikbaar, financiert aanvullend onderzoek en de NISB-campagne 30 minuten bewegen.

     

    NISB

    NISB (Nationaal Instituut voor Sport en Bewegen) coördineert het NASB voor het thema Gemeenten en voor het thema Werk. Het NISB organiseert de ondersteuning van de NASB Impulsgemeenten door het inzetten van regionale of lokale adviseurs, het aanbieden van trainingen, het organiseren van bijeenkomsten en door informatievoorziening via website of nieuwsbrief. Ook ten aanzien van werkgevers en werknemers zal het NISB activiteiten ontplooien om hen te stimuleren gebruik te maken van kansrijke interventies voor op of rondom de werkvloer.

     

    NOC*NSF

    NOC*NSF (Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie)

    coördineert het NASB voor het thema Sport. NOC*NSF treedt op als gesprekspartner namens de sportsector en stimuleert de achterban (met name sportverenigingen en sportbonden) om laagdrempelige NASB-sportactiviteiten te ontplooien. Ook stimuleert NOC*NSF de samenwerking van sportverenigingen en sportbonden met de NASB Impulsgemeenten. Verder stimuleert NOC*NSF sportbonden en sportverenigingen bij te dragen aan het realiseren van de landelijke streefcijfers op het terrein van lichaamsbeweging.

     

    VSG

    De VSG (Vereniging Sport en Gemeenten) voert een aantal taken uit in het traject tot en met het ondertekenen van de gemeentelijke verklaring bij de impuls NASB (zie onderdeel gemeenten en NASB impuls), en fungeert in dit traject als eerste aanspreekpunt voor gemeenten. De VSG zet haar netwerk in om de gemeentelijke sectoren te informeren en stimuleren. Waar gevraagd zal VSG helpen om het beleid rondom het bevorderen van een actieve leefstijl op lokaal niveau te ontwikkelen en implementeren.

     

    VNG

    De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) treedt namens gemeenten op als gesprekspartner van het Rijk. De VNG is verantwoordelijk voor de gemeentelijke verklaring impuls NASB (die van de landelijke overeenkomst wordt afgeleid) en zorgt ervoor dat deelnemende gemeenten deze tekenen. Ook is de VNG verantwoordelijk voor het tot stand komen van een landelijk jaarbeeld impuls NASB (t/m 2014) waarmee de toepassing en totstandkoming van de beweeginterventies en de verankering in het lokaal gezondheidsbeleid gevolgd kunnen worden. De VNG zet verder haar netwerk in om de gemeentelijke sectoren te stimuleren om het beleid rondom het bevorderen van een actieve leefstijl op lokaal niveau te implementeren.

     

    Feedback


  • Vraag 3. Voor wie is het NASB?

    Het NASB richt zich primair op 3 sectoren: gemeenten, de georganiseerde sport en het bedrijfsleven. Door middel van het NASB kunnen deze sectoren de gezondheid van te-weinig-actieven stimuleren door hen activiteiten aan te bieden op het gebied van sport, spel, fitness en beweging in het ‘gewone’ dagelijkse leven.

     

    Mogelijke deelnemers aan het NASB zijn:

    • gemeenten
    • gemeentelijke organisaties (onder andere de GGD, gemeentelijke dienstverleners)
    • ouderenorganisaties en organisaties voor chronisch zieken
    • alle andere lokale organisaties of instellingen die (te-weinig-actieve) leden of doelgroepen willen stimuleren om meer te gaan bewegen of sporten
    • sportverenigingen, sportbonden en andere sportorganisaties
    • bedrijven, bedrijfsverenigingen en brancheorganisaties

     


     

    Feedback


  • NASB Impuls
  • Vraag 4: Wat is de NASB Impuls?

    De Impuls NASB is een initiatief van het ministerie van VWS, NOC*NSF en VNG. Doel is het realiseren van beweeginterventies als onderdeel van gemeentelijk gezondheidsbeleid (WCPV) en het realiseren van een meer beweegvriendelijke omgeving.

    De gemeenten hebben op lokaal niveau de regierol om te-weinig-actieve burgers te verleiden meer te gaan bewegen en zodoende een actieve leefstijl te bevorderen. Gemeenten kunnen hierbij in aanmerking komen voor een bijdrage van de Rijksoverheid, de NASB Impuls. Deze uitkering wordt alleen beschikbaar gesteld aan gemeenten met de grootste gezondheidsachterstanden. Deze gemeenten zijn op voorhand geselecteerd.

     

    Feedback


  • Vraag 5. Wat zijn Impuls-gemeenten?

    In het kader van het NASB heeft in 2008 een selectie plaatsgevonden van zogeheten Impulsgemeenten. Dit zijn gemeenten die in de looptijd van NASB een bijdrage van de Rijksoverheid ontvangen om initiatieven voor het stimuleren van bewegen en sporten bij de te-weinig-actieve burgers in gang te zetten. De selectie van deze Impulsgemeenten heeft plaatsgevonden op grond van het aandeel van inwoners met een lage sociaal economische status en de grootste gezondheidachterstanden*.

    Impulsgemeenten kunnen in overleg met lokale organisaties (o.a. welzijns-, gezondheids-, school- en sportorganisaties) bepalen welke beweeginterventies zij het best kunnen inzetten en op welke manier. Zij kunnen daarbij gratis ondersteuning op maat krijgen van NISB. NISB coördineert deze ondersteuning met de inzet van een netwerk van regionale en lokale adviseurs. Elke Impulsgemeente kan enkele dagen gratis ondersteuning op maat verkrijgen. De vraag is leidend voor de invulling van de ondersteuning.

    De activiteiten binnen het NASB zijn er overigens wel op gericht om alle te-weinig-actieve burgers in Nederland structureel aan het bewegen te krijgen, dus niet alleen de burgers van de deelnemende gemeenten aan de impuls NASB. Daarom kunnen alle Nederlandse gemeenten gebruik maken van het NASB-basispakket, dat door het NISB wordt aangeboden (zie vraag 13).

     

    *In het algemeen komen gezondheidsachterstanden vooral voor bij groepen met een lage sociaal-economische status (www.gezondheidsachterstanden.nl). Lage sociaal-economische status is hierbij een belangrijke determinant voor gezondheidsachterstand. Om de gemeenten te bepalen, die in aanmerking komen voor een Rijksbijdrage, zijn de gemeenten door het RIVM gerangschikt naar sociaal-economische status, zoals die is berekend door het SCP. Indicatoren van SES bedragen gemiddeld inkomen, percentage huishoudens met een laag inkomen; percentage inwoners zonder een betaalde baan en percentage huishoudens met gemiddeld een lage opleiding.

     

    Feedback


  • Vraag 6. Wat is de looptijd van de impuls?

    De looptijd van de NASB-Impuls is van 3 april 2008 tot en met 1 juli 2014. Financiering van de Rijksoverheid loopt tot en met 2012. De projectperiode per tranche is 4 jaar:

    • 1e tranche: medio 2008 tot en met medio 2012
    • 2e tranche: medio 2010 tot en met medio 2014

     

    Feedback


  • Vraag 7. Hoe zit de financiering van Impuls-gemeenten in elkaar?

    De middelen voor de NASB Impulsgemeenten worden deels door het Rijk (50%) en deels door gemeenten zelf (50%) beschikbaar gesteld. In de eerste twee jaren financiert de Rijksoverheid 100%. De laatste twee jaren financiert de gemeente 100%. De Rijksbijdrage is een impuls van beperkte duur, waarmee gemeenten een start kunnen maken met beweeg- en sportinterventies, en ook structureel beleid kunnen starten om burgers te verleiden om voldoende lichaamsbeweging in hun dagelijkse routine in te bouwen.

     

    De Rijksbijdrage komt in twee tranches beschikbaar, medio 2008-2010 (eerste tranche) voor 44* gemeenten met naar verwachting de grootste gezondheidsachterstanden (geschat op basis van gegevens over Sociaal Economische Status (SES). In 2010-2012 (tweede tranche) wordt het budget ter beschikking gesteld aan nog eens 60 gemeenten.

     

    * Voor een overzicht van de deelnemende gemeenten 1e tranche: zie www.nasb.nl

     

    Verdeling Rijksbijdrage en cofinanciering naar gemeenten uit twee tranches.

    Stel een gemeente X (uit de eerste tranche) ontvangt de eerste twee jaar (24 maanden verspreid over 3 kalenderjaren) een Rijksbijdrage van jaarlijks € 100.000; een gemeente Y (uit de tweede tranche) ontvangt de eerste twee jaar een Rijksbijdrage van jaarlijks € 200.000. Gedurende een projectperiode van 4 jaar, zien de in te zetten middelen er als volgt uit:

     

    (x € 1000)

    2008

    2009

    2010

    2011

    2012

    2013

    2014

    Totaal

    1e tranche
    gemeente X
    (Rijksbijdrage)

    50

    100

    50

     

     

     

     

    200

    Cofinanciering
    gemeente X

    1e tranche

     

     

    50

    100

    50

     

     

    200

    2e tranche
    gemeente Y
    (Rijksbijdrage)

     

     

    100

    200

    100

     

     

    400

    Cofinanciering
    gemeente Y

    2e Tranche

     

     

     

     

    100

    200

    100

    400

     

     

    De Rijksbijdrage wordt ‘geoormerkt’ uitgekeerd aan de gemeente via het gemeentefonds, in de vorm van een zogenaamde decentralisatie-uitkering. Dat houdt in dat deze middelen apart worden verdeeld, dus niet via de algemene verdeelsleutels van het gemeentefonds. Ze zijn dus binnen het gemeentefonds apart zichtbaar. Aan de financiële afdeling binnen de gemeente kan worden aangegeven dat er middelen beschikbaar zijn voor de impuls NASB. In tegenstelling tot een specifieke uitkering (zoals de BOS-regeling) werkt een integratie-uitkering niet met voorwaarden.

     

    De decentralisatie-uitkering:

    -            heeft een (output)doel (= de realisering van beweeginterventies en stimuleren dat deze interventies onderdeel gaan uitmaken van gemeentelijke plannen voor het lokaal gezondheidsbeleid)

    -            richt zich tot een selectie van gemeenten (= de gemeenten met de grootste gezondheidsachterstanden)

    -            kent een verdeelsleutel (= aantal inwoners en toekenning van een bedrag per inwoner volgens een schijvensysteem).

     

    Voor een uitkering in het gemeentefonds hoeven gemeenten geen aanvraag te doen en geen financiële verantwoording af te leggen bij de Rijksoverheid. Uiteraard is wel verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Afspraken –op hoofdlijnen- over de realisering van beweeginterventies worden gemaakt in een gemeentelijke verklaring (voor een periode van 4 jaar).

     

     

    Feedback


  • Vraag 8: Welk bedrag is beschikbaar per Impuls gemeente?

    Iedere Impulsgemeente kan aanspraak maken op een financiële vergoeding op grond van een specifieke berekening. Voor het berekenen van het beschikbaar bedrag per gemeente wordt een schijvensysteem toegepast met een aflopend bedrag per inwoner. Hiermee wordt het bedrag per gemeente per jaar berekend. In totaal komen gemeenten 2 jaar in aanmerking voor een rijksbijdrage die wordt aangevuld met 2 jaar co-financiering door de gemeente zelf.

    Een gemeente krijgt voor de eerste schijf (tot 10.000 inwoners) € 6,- per inwoner en voor elke volgende schijf een afnemend bedrag.
    Het schijvensysteem ziet er als volgt uit:

     

    Schijven

    Inwoners van

    Inwoners tot

    Bedrag per inwoner

    1

    1

    10.000

    € 6

    2

    10.001

    30.000

    € 4

    3

    30.001

    60.000

    € 3

    4

    60.001

    100.000

    € 2

    5

    100.001

    1.000.000

    € 1

     

    Een gemeente kan ook minder geld vragen dan de berekening volgens het schijvensysteem voor de gemeente aangeeft.         

     

     

    Feedback


  • Vraag 9. Aan welke voorwaarden moeten Impuls gemeenten voldoen?

    Impulsgemeenten nemen vrijwillig en onafhankelijk aan het NASB deel, maar maken wel afspraken met de Rijksoverheid. De belangrijkste afspraken staan in een gemeentelijke verklaring, die is afgeleid van de landelijke overeenkomst.

     

    Door middel van de verklaring geven gemeenten aan:

    • dat zij beweeginterventies additioneel aan of ter intensivering van bestaande sport- en beweegactiviteiten gaan realiseren en de hiermee beoogde doelen nastreven;
    • dat zij bij voorkeur een binnen het NASB ontwikkelde en/of onderzochte effectieve beweeginterventie inzetten;
    • dat zij bereid zijn om (vanaf het derde jaar) hiervoor een gelijk aandeel aan cofinanciering in te zetten;
    • dat zij de realisatie van beweeginterventies onderdeel laten zijn van gemeentelijke plannen op het terrein van lokaal gezondheidsbeleid;
    • dat zij streven naar een meer beweegvriendelijke omgeving;
    • dat zij meewerken aan mogelijk aanvullend evaluatief onderzoek van de outcome en output, waarbij overigens zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande peilingen en registraties;

    Inzet van middelen alleen voor nieuwe interventies
    De financiering van de Impulsgemeenten is bedoeld voor het opzetten en uitvoeren van nieuwe beweeg- of sportinterventies binnen het gemeentelijk beweeg- of sportbeleid. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de financiering van activiteiten (additioneel aan of ter intensivering van bestaande activiteiten) gericht op het blijvend meer aan het bewegen en sporten krijgen van te-weinig-actieve burgers en niet om het bekostigen dan wel voortzetten van reeds bestaande sport- en beweegactiviteiten, bijvoorbeeld op het terrein van de BOS/ BSI-impuls en de impuls brede scholen sport- en cultuur. Ook is de financiering niet bedoeld om te investeren in sportaccommodaties en/ of het aanleggen van fiets- en wandelpaden voor een meer beweegvriendelijke omgeving. Verder is het ook niet de bedoeling om (extra) personeel te financieren bijvoorbeeld voor beleids- en coördinatiewerkzaamheden dan wel sportmateriaal aan te schaffen, tenzij direct inzetbaar voor het uitvoeren van de beweeg- of sportinterventies. Met “tenzij” wordt, voor wat betreft inzet personeel, bedoeld dat dit personeel daadwerkelijk met de uitvoering van sport- en beweegactiviteiten bezig is.

     

    Nakomen van afspraken
    De VNG zal de voortgang van de realisering van de (output)afspraken jaarlijks monitoren en evalueren. Als het beeld afwijkt van de verwachtingen, zal een nadere steekproef worden genomen. Als blijkt dat een gemeente de gemaakte afspraken niet nakomt, dan kan de gemeente het daarop volgende jaar van de uitkering van de Rijksbijdrage worden uitgesloten. Als in algemene zin blijkt dat de afspraken niet worden nagekomen, zal gekeken worden welke mogelijke gevolgen dit heeft voor de nadere invulling van de NASB Impuls voor de gemeenten die in de tweede tranche (2010) in aanmerking kunnen komen voor een Rijksbijdrage.

    Feedback


  • Vraag 10. Mogen interventies die niet op de interventielijst staan worden ingezet?

    Het heeft sterk de voorkeur dat Impulsgemeenten alleen interventies van de NASB-interventielijst inzetten in hun gemeenten. De reden daarvoor is dat deze kwalitatief getest zijn en mogelijkheden hebben met betrekking tot monitoring en evaluatie. Er is ook ruimte voor lokaal maatwerk, waarbij gemeenten, instellingen of bedrijven ook hun eigen beweeginterventies kunnen realiseren. Het moeten wel nieuwe beweeginterventies zijn, die additioneel worden ingezet of ter intensivering van eventueel reeds lopende activiteiten. De Impuls is dan ook niet bedoeld voor het voortzetten van bestaande sport- en beweegactiviteiten. De lopende en nieuwe activiteiten kunnen elkaar versterken.

     

     

    Feedback


  • Vraag 11. Welke mogelijkheden hebben de gemeenten bij de cofinanciering?

    Impulsgemeenten moeten vanaf de tweede helft van het derde kalenderjaar financiering realiseren vanuit de eigen gemeentelijke begroting. Hoofduitgangspunt bij cofinanciering is dat deze betrekking heeft op de inzet van gemeentelijke middelen voor de uitvoering van NASB-beweeginterventies.

     

    Mogelijkheden voor cofinanciering

    • Binnen de gemeenten kunnen meerder beleidsterreinen samen zorgen voor cofinanciering.
    • Impulsgemeenten kunnen samenwerken met niet-Impulsgemeenten. Dat betekent dat ze ook de Impulsfinanciering onderling mogen verdelen. Daarvoor moet de cofinanciering wel gezamenlijk worden opgebracht.
    • Een Impulsgemeente mag het NASB en combinatiefuncties met elkaar combineren, als ze beide stukken ook cofinanciert. Een combinatiefunctionaris kan heel goed ingezet worden om interventies na schooltijd in te zetten.
    • Co-financiering via derden (zoals inversteringen bedrijfsleven, sponsoring ed.) is mogelijk, voor zover er ook uitzicht is op structurele beschikbaarheid van deze middelen.

    Wat is niet de bedoeling bij cofinanciering?

    • Cofinanciering door middel van een eigen bijdrage van lokale partijen zoals bijvoorbeeld. sportverenigingen/ scholen/ welzijns- en gezondheidsorganisaties;
    • Cofinanciering met middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de impuls brede scholen, sport en cultuur;
    • Co-financiering met investeringen in de fysieke (sport) infrastructuur/ beweegvriendelijke omgeving;
    • Co-financiering met inzet (extra) personeel voor beleids- en coördinatie-werkzaamheden (overhead)
    Feedback


  • Vraag 12. Wat te doen als de gemeente de cofinanciering niet rond krijgt?

    Aangezien de deelnemende gemeenten pas in de tweede helft van het derde kalenderjaar gemeentelijke middelen hoeven in te zetten, hebben gemeenten ruim twee jaar de tijd om middelen te vinden binnen de eigen begroting. Dit moet voldoende gelegenheid bieden om de cofinanciering rond te krijgen. In voorkomende gevallen kan de gemeente contact opnemen met VWS of de VNG.

     

     

    Feedback


  • Ondersteuning en advies
  • Vraag 13: Welke ondersteuning kunnen gemeenten binnen het NASB krijgen?

    Alle gemeenten kunnen deelnemen aan het NASB. Daarvoor heeft het NISB een Basispakket Ondersteuning samengesteld dat bestaat uit:

     

    -     Advies gesprek met NASB adviseur

        Elke provincie heeft zijn eigen NASB-adviseur. Hij of zij is werkzaam bij de provinciale sportraad. De adviseur kan als spin in het web vertellen wat er op NASB-vlak gebeurt in de provincie en in het land. In het adviesgesprek kan de adviseur gemeenten doorverwijzen naar informatie, specifiekere kennis of nieuwe contacten.

     

    -     Ondersteuning bij analyse van lokale situatie

    Gemeenten kunnen bij het in kaart brengen van de lokale situatie gebruik maken van een speciaal hiervoor ontwikkeld analyse instrument ‘de NASB gemeentecheck’. De gemeentecheck biedt gemeenten inzicht in waar lokaal kansen en mogelijkheden zijn, welke aanpakken succesvol zijn en waar de knelpunten liggen. Daarnaast is er de mogelijkheid een verkennend gesprek met een NASB-adviseur te voeren.

     

    -     Ondersteuning bij implementatie van goede beweeginterventies

    NISB heeft een overzicht van bewezen effectieve en/of kansrijke interventies per doelgroep voor de diverse settings (werk, wijk, zorg, school & sport) op de website www.nasb.nl geplaatst. In samenwerking met diverse ontwikkelaars is er voor de beste interventies uit het overzicht een ondersteuningsaanbod ontwikkeld, bestaande uit handboeken/ materialen, opleidingen en advies-op-maat.

     

    -     Ondersteuning door opleidingen en regiobijeenkomsten

    Gedurende de looptijd van het NASB, organiseert NISB in samenwerking met haar partners opleidingen, masterclasses, workshops en regiobijeenkomsten. Hierin worden professionals geïnformeerd over het in beweging krijgen van te-weinig-actieven. Tevens worden ze getraind op thema’s als bijvoorbeeld werken met doelgroepen, monitoring en evaluatie en integraal gezondheidsbeleid. De precieze invulling krijgt vorm op basis van de behoeften van lokale professionals.

     

    -    Communicatie en website

    NISB stelt informatie, instrumenten en good practices beschikbaar via www.nasb.nl. Op deze site kunnen gemeenten en professionals ook hun vragen kenbaar maken en kunnen zij zich abonneren op een elektronische nieuwsbrief.

     

     

     

    Feedback


  • Vraag 14. Welke ondersteuning kunnen Impuls gemeenten krijgen?

    Impuls gemeenten kunnen gebruik maken van totaal 40 uur ondersteuning door een NASB-adviseur. De adviseurs zijn bekend met de kansrijke interventies en hebben een goed overzicht van betrokken partijen. Bovendien zijn zij ervaren in het ondersteunen van gemeenten op het gebied van sport en bewegen en de daarbij behorende beleidsprocessen. Werkzaamheden van een adviseur kunnen zijn:

    -        Helpen bij het opzetten van een sport- en beweegplan of nieuw beleid,

    -        Helpen bij de analyse van de beginsituatie,

    -        Het selecteren van passend beweegaanbod,

    -        Het opstarten van een lokaal netwerk.

     

    Adviseren en ondersteunen staan centraal (lokale uitvoering hoort niet bij de werkzaamheden van een adviseur). Impulsgemeenten kunnen bovendien net als gemeenten die geen gebruik maken van de NASB Impuls gebruik maken van het Basispakket Ondersteuning (zie vraag 13)

     

     

     

    Feedback


  • Vraag 15. Welke rol speelt de campagne 30 minuten bewegen in het NASB?

    De beweeginterventies binnen NASB worden ook aangeboden aan het publiek via de NISB-campagne 30 minuten bewegen. Zie www.30minutenbewegen.nl. Het NASB stelt ondersteunende campagnematerialen beschikbaar aan deelnemers van het NASB om publiek te bereiken met lokale interventies.

     

     

    Feedback


  • Kansrijke Interventies
  • Vraag 16. Wat is een beweeginterventie precies?

    Een beweeginterventie is een project dat is gericht op bewegingsbevordering van te-weinig-actieve burgers. Een voorbeeld hiervan is GALM (‘Groninger Actief Leven Model’ ). Bij deze interventie worden ouderen huis-aan-huis benaderd met de vraag mee te doen aan een uitgebreid beweegprogramma. Op www.nasb.nl is een actuele lijst opgenomen van kansrijke beweeginterventies.

     

     

    Feedback


  • Vraag 17. Mogen NASB Impulsgemeenten ook hun eigen beweeginterventies realiseren?

    Het streven is dat de interventie bij voorkeur een binnen het NASB ontwikkelde en/of onderzochte effectieve methodiek, aanbod of maatregel is. Hierbij is ruimte voor lokaal maatwerk, waarbij gemeenten, instellingen of bedrijven ook hun eigen beweeginterventies kunnen realiseren. Het moeten wel nieuwe beweeginterventies zijn die additioneel worden ingezet of ter intensivering van eventueel reeds lopende activiteiten. De Impuls is dan ook niet bedoeld voor het voortzetten van bestaande sport- en beweegactiviteiten. De lopende en nieuwe activiteiten kunnen elkaar versterken.

     

     

    Feedback


  • Vraag 18. Maken ook laagdrempelige sportactiviteiten onderdeel uit van de beweeginterventies?

    Binnen het NASB (aandachtsgebied sport) hebben 10 sportbonden onder regie van het NOC*NSF kansrijke, laagdrempelige innovatieve sportconcepten ontwikkeld zoals: start to run, start met je eigen walking challenge, judo op school en knotshockey. Deze sportconcepten moeten te weinig actieve burgers ertoe verleiden om meer te gaan sporten en te gaan bewegen. Deze concepten zijn inmiddels in pilots uitgevoerd en geëvalueerd.

    De bonden hebben momenteel implementatieplannen in uitvoering voor de verdere landelijke verspreiding van deze concepten. NOC*NSF zal de sportbonden (en sportverenigingen) stimuleren om de uitrol te doen plaatsvinden in deelnemende gemeenten. De kansrijke concepten maken onderdeel uit van de lijst van beweeginterventies, ontwikkeld binnen het NASB. Voor de uitrol van deze sportconcepten is binnen het NASB een apart budget gereserveerd. Dit wordt ingezet door landelijke sportbonden, die als opdracht hebben de lokale implementatie via o.a. sportverenigingen te ondersteunen.

    Feedback


  • NASB en Lokaal Gezondheidsbeleid
  • Vraag 19: Waarom willen we beweeginterventies verankeren in lokaal gezondheidsbeleid?

    Vanuit gezondheidsperspectief is de bestrijding van bewegingsarmoede een belangrijke maatschappelijke opgave. Regelmatig bewegen draagt onder andere bij aan het voorkomen van overgewicht, diabetes, depressie, hart- en vaatziekten en dementie. Door bewegen onderdeel te laten uitmaken van de gemeentelijke plannen voor lokaal gezondheidsbeleid, versterkt dit het realiseren van de doelstellingen op dit terrein.

     

     

    Feedback


  • Vraag 20. Kunnen beweeginterventies ook in andere lokale plannen verankeren?

    Het verankeren van bewegen hoeft zich niet alleen te beperken tot het lokale gezondheidsbeleid. Bewegingsstimulering heeft ook raakvlakken met het WMO-beleid, maar ook met andere terreinen als onderwijs, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, recreatie en natuurlijk het lokale sportbeleid. Door lokaal samen te werken op deze terreinen wordt een sociale omgeving gecreëerd, waarin de te-weinig-actieve burger in een netwerk van bijv. welzijns-, gezondheids-, school- en sportprofessionals beïnvloed en ondersteund wordt.

     

     

    Feedback


  • Beweegvriendelijke omgeving
  • Vraag 21: Wat is de rol van een beweegvriendelijke omgeving in sportbeleid?

    Eén van de voorwaarden vanuit het NASB om mensen te kunnen stimuleren tot meer bewegen is een fysieke omgeving die bewegen mogelijk maakt en stimuleert. Lopen, spelen en fietsen als dagelijkse routine zijn een belangrijke vorm van bewegen.

     

    Voorbeelden van een beweegvriendelijke omgeving zijn:

    -          goede (inpandige) mogelijkheden om fietsen te stallen (bij bedrijven en school/opleiding):

    -          veilige en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes;

    -          voldoende groen in de wijk; niet alleen kijkgroen, maar ook actiegroen zoals een sportveldje;

    -          woningen bouwen, waarin lopen de meest voor de hand liggende en meest zichtbare vorm van bewegen is;

    -          een fitnessruimte bij een verzorgingstehuis dat ook toegankelijk is voor wijkbewoners

    -          uitnodigende en toegankelijke speelruimte voor kinderen (te denken valt aan avontuurlijke speeltuinen en trapveldjes zoals de Cruijff courts en Krajicek playgrounds).

     

    Een investering in een beweegvriendelijke omgeving is met recht een investering: niet alleen levert het maatschappelijke en gezondheidswinst op, ook de waarde van het vastgoed en de kwaliteit en de leefbaarheid van de wijk kunnen daardoor stijgen.

     

    Zoals bij vraag 9 is aagegeven, kunnen investering in de (sport)infrastructuur/ beweegvriendelijke omgeving niet vanuit de beschikbare middelen voor deze impuls NASB gefinancierd worden.

     

     

    Door bij het inrichten van de fysieke infrastructuur rekening te houden met een beweegvriendelijke omgeving en bijv. de kennis en ervaring van woningcorporaties hiervoor in te schakelen, zal het positieve effect van de beweeginterventies op de te-weinig-actieve burgers uiteraard versterkt worden. De verwachting is dat aanpassingen voor een actieve leefstijl bij tijdige opname in infrastructurele plannen op kosteneffectieve wijze kunnen plaatsvinden.

     

     

    Feedback


  • Vraag 22. Hoe kunnen woningcorporaties en hun branchevereniging Aedes bijdragen aan een beweegvriendelijke omgeving?

    Woningcorporaties kunnen een belangrijke rol spelen bij het realiseren van een beweegvriendelijke omgeving door een partner te zijn bij planontwikkeling en kennis in te brengen over de relatie tussen fysieke inrichting en bewegen. Ook kunnen ze ertoe bijdragen dat voorzieningen tijdens het planontwikkelingsproces en de uitvoering ook gerealiseerd worden.

     

    Corporaties kunnen een initiërende partner zijn voor de sectoren gezondheid, jeugd, sport, natuur en milieu. De brancheorganisatie van de woningbouwcorporaties Aedes legt een dossier aan van goede voorbeelden uit het land met betrekking tot dit thema. Verder wil Aedes corporaties faciliteren bij het meedenken en meewerken aan de implementatie van het NASB in de woonomgeving.

     

     

    Feedback


Helpdesk NASB

Voor al uw vragen kunt u terecht bij de NASB helpdesk: info@nasb.nl