NASB in 3 fasen

Hoe maakt een gemeente gebruik van de NASB-Impuls?

Van voorbereiding tot uitvoering, tot structurele inbedding...

Dit stappenplan is bedoeld als leidraad, en voor meer houvast tijdens de uitrol van gezondheidsbeleid in uw gemeente. Het beschrijft drie stappen die van belang zijn bij het succesvol inzetten van de NASB-Impuls. Zo komt er voor de korte én lange termijn aandacht voor de te-weinig-actieve inwoners van uw gemeente. Deze stappen zijn:

  1. Het opstellen van het NASB-plan
  2. Het uitvoeren van het NASB-plan en bijbehorende activiteiten
  3. Het structureel inbedden van het NASB

Per stap krijgt u informatie, praktische tips en wordt u zoveel mogelijk gewezen op goede voorbeelden van 1e tranche gemeenten. Maak gebruik van deze kennis en ervaring, zo hoeft u het wiel niet opnieuw uit te vinden.

  • Ondertekening
  • Waar gaat en staat u voor?
    Het NASB loopt van halverwege 2008 tot halverwege 2014. Het ministerie van VWS heeft doelen en speerpunten benoemd, die als een rode draad door deze jaren heen lopen. Gemeenten die aan NASB meedoen en de intentieverklaring ondertekenen, geven hierbij aan dat zij de rode draad in hun plannen opnemen en werken aan de doelen van VWS. Ondertekening van de Impuls-NASB betekent dat u er als NASB gemeenten naar streeft om het aantal te-weinig-actieven in uw gemeente terug te dringen. U zet hierbij kansrijke beweeginterventies in, heeft aandacht voor een beweegvriendelijke omgeving en u zorgt dat sport en bewegen verankert binnen lokale nota’s (gezondheid, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn enz). Door aandacht voor te-weinig-actieve burgers in verschillende nota’s kunnen er ook op de langere termijn sport- en beweegactiviteiten worden uitgevoerd. Hiermee zetten uw gemeenten zich in voor gezonde, vitale en actieve burgers, ook na het NASB.
  • Waar draagt u aan bij?
    Het doel van het NASB is om het aantal te-weinig-actieven in Nederland terug te dringen. Concreet komt dat neer op de volgende doelstellingen:
    • In 2012 is het percentage volwassenen (18+) dat aan de beweegnorm voldoet minimaal 70% (2005: 63%);
    • In 2012 is het percentage jeugdigen (4-17 jaar) dat aan de beweegnorm voldoet minmaal 50% (2005: 40%);
    • In 2012 is het percentage inactieve volwassen Nederlanders maximaal 5% (2005: 6%).
  • Planfase
  • Stap 1. Regelen van cofinanciering

    De middelen voor de NASB Impulsgemeenten worden deels door het Rijk (50%) en deels door gemeenten zelf (50%) beschikbaar gesteld. In de eerste twee jaren financiert de Rijksoverheid 100%. De laatste twee jaren financiert de gemeente 100%. De Vereniging Sport en Gemeenten adviseert u bij het vinden van cofinanciering voor de uitvoering van het NASB-beleid. Voor ondersteuning kunt u bij de NASB-regioadviseur terecht.

  • Stap 2. Uitvoeren van een nulmeting

    Voordat u begint met de planvorming is het van belang te weten hoe de gemeente er voor staat op het gebied van het NASB:

    • Is er aandacht voor het bevorderen van een actieve leefstijl en/of beweegstimulering in het beleid?
    • Is er aandacht voor te-weinig-actieve groepen in beleid?
    • Is er inzicht in het beweeggedrag van de burgers en is inzichtelijk welke groepen te-weinig-actief zijn in de gemeente?

    Er is een aantal instrumenten ontwikkeld die u ondersteunen bij het uitvoeren van een 0-meting:

     

    a. Gemeentecheck; De Gemeentecheck is een online instrument en biedt steun bij de analyse van de lokale situatie. Na invullen van de gemeentecheck ontvangt u een rapport met uw antwoorden, adviezen en verwijzingen naar hulpmiddelen en instrumenten die u kunt raadplegen en gebruiken bij het in beweging brengen van de te-weinig-actieven in uw gemeente!

     

    b. Landelijke kengetallen en benchmarkgegevens

    c. NASB Kompas; In ontwikkeling

  • Stap 3. Creeren van draagvlak

    Een succesvol NASB-plan is een gedragen plan. Om tot een gedragen plan te komen is het van belang dat:

    • Het beleid/plan intersectoraal en interactief wordt opgepakt. Betrek ook de afdelingen Gezondheid, WMO, Welzijn en Ruimtelijke Ordening.
    • De stakeholders en de doelgroep zelf input kunnen leveren voor de plannen. Betrek hen bij het opstellen van de plannen (Bijvoorbeeld: Provinciale sportraden, welzijnsinstellingen, GGD’en, 1e lijns zorg, wijkwerkers).

    a. Beleidswijzer Sport en Bewegen; In de beleidswijzer sport en bewegen wordt ingegaan op vier verschillende manieren van interactieve beleidsontwikkeling.

     

    b. Project Start-up; In de provincie Groningen werkt een aantal NASB-gemeenten samen met stakeholders onder begeleiding van de regio-adviseur aan de NASB-plannen volgens het project start-up principe. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met regio-adviseur Karin Zwart; k.zwart@huisvoordesportgroningen.nl.

  • Stap 4. Zorg voor een kapstokstructuur

    Om het NASB zo effectief en efficiënt mogelijk te laten verlopen, helpt het om een kapstokstructuur in te richten. Gemeenten uit de eerste tranche hebben dan ook goede ervaringen met de zogenaamde kapstokstructuur. Een kapstokstructuur zorgt voor duidelijkheid over het doel van het plan/beleid, geeft richting aan het betrokken netwerk en geeft helderheid over de rollen en taken van de betrokkenen. Een goede kapstokstructuur maakt bovendien dat er samenhang en afstemming is tussen het gehele beweegaanbod (de verschillende interventies) en voorkomst dat projecten en interventies op zichzelf staan.

     

    Voorbeelden van aanpakken en interventies die voor een kapstokstructuur kunnen zorgen zijn:

     

    a. Project Start-up; In de provincie Groningen werkt een aantal NASB-gemeenten samen met stakeholders onder begeleiding van de regio-adviseur aan de NASB-plannen volgens het project start-up principe. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met regio-adviseur Karin Zwart; k.zwart@huisvoordesportgroningen.nl.

     

    b. Lokaal actief; NIGZ heeft de aanpak Lokaal Actief ontwikkeld. Lokaal Actief stimuleert inwoners van een gemeente om deel te nemen aan sport- en bewegingsactiviteiten. De basis hiervoor is de samenwerking van gemeente, lokale en regionale organisaties. Lokaal Actief helpt u niet alleen bij het kiezen van de juiste doelgroep en interventies, maar geeft uw gehele project structuur!

     

    c. Interventieoverzicht: Op het NASB-interventie overzicht staan meer randvoorwaardelijke interventies beschreven die een structuur kunnen bieden voor een specifieke doelgroep of voor een kapstokstructuur.

     

    d. 30minutenbewegen; Ook de campagne 30minutenbewegen kan houvast bieden voor een gemeente. De kracht van de canmpagne 30minutenbewegen zit hem dan vooral in de herkenbaarheid van de boodschap voor de burgers. De campagne 30minutenbewegen is vooral geschikt als communicatieve kapstok. 

     

    e. Projectenbank sport en bewegen; De projectenbank voorziet in praktisch toepasbare informatie op het gebied van sport- en bewegingsstimuleringprojecten.

     

    f. Preffi; Preffi staat voor Preventie Effectmanagement Instrument. Het is een kwaliteitsinstrument dat een systematische werkwijze ondersteunt en tot doel heeft de effectiviteit van gezondheidsbevorderende projecten te vergroten. Preffi 2.0 is door het NIGZ ontwikkeld in samenwerking met GVO-praktijkmedewerkers, GVO- en preventiedeskundigen en wetenschappelijk onderzoekers. Preffi 2.0 bestaat uit 8 clusters uit zowel de theorie als de praktijk:

    1. Probleemanalyse
    2. Determinanten van (psychische) problematiek, gedrag en omgeving
    3. Doelgroep
    4. Doelen
    5. Interventieontwikkeling
    6. Implementatie
    7. Evaluatie
    8. Randvoorwaarden en haalbaarheidf.

     

    g. EKI Empowerment; Het doel van het Empowerment Kwaliteit Instrument (EKI) is om de empowerment- benadering een meer integraal onderdeel te laten vormen in het denken en handelen in de gezondheidsbevordering en pre­ventie. Bovendien wil het een bijdrage leveren aan het operationaliseren ervan. Het EKI is een aanvulling op de Preffi.

  • Stap 5: Kies het juiste beweegaanbod

    Omdat te-weinig-actieve doelgroepen moeilijk in beweging te krijgen zijn, is het van belang dat het beweegaanbod aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de doelgroep. Het aanbod moet laagdrempelig zijn, de juiste intensiteit hebben en moet in de buurt plaatsvinden.

     

    a. Interventie-overzicht; Om het effect van het NASB te vergroten, wordt aanbevolen om kansrijke beweeginterventies in te zetten. Deze interventies zijn bewezen effectief in het verbeteren van beweeggedrag. Bovendien zijn er van deze interventies voldoende materialen beschikbaar en is er ondersteuning mogelijk, zodat gemeenten makkelijk met deze interventies aan de slag kunnen.

     

    b. Focus op te-weinig-actieven in bestaande activiteiten; Het NASB is vooral bedoeld om de mensen die te weinig bewegen te stimuleren meer te gaan bewegen. Veel gemeenten hebben al via BSI en BOS goede trajecten in gang gezet op gebied van bewegingstimulering. Deze activiteiten mogen niet 1 op 1 worden overgenomen in het NASB. Echter wanneer de focus binnen de bestaande projecten wordt verlegd naar de te-weinig-actieven en er voor deze groepen aanvullende activiteiten worden georganiseerd mag dit wel. Een goed voorbeeld hiervan is de gemeente Delft. De nieuwe nota in Delft heet de nota bewegen, spelen en sporten. De titel zegt het al: naast sport activiteiten (geïnitieerd tijdens de BOS-impuls) zet de gemeente in op de meer laagdrempelige vormen zoals spelen en bewegen.

  • Stap 6. Opstellen plan van aanpak

    Binnenkort vindt u hier een format voor het plan van aanpak.

  • Stap 7. Beïnvloeden van politieke besluitvorming

    Hoe kunt u dit het beste aanpakken? De NASB-regioadviseurs helpen u graag.

  • Uitvoering
  • Stap 1. Bundel de krachten

    Het begrip samenwerken is “hot”. Ook op het gebied van sport en bewegen werkt men steeds vaker samen. Sport en bewegen is niet alleen een doel, maar wordt steeds meer gezien als een mooi en krachtig middel. Hierdoor wordt sport en bewegen ook interessant voor werkterreinen als onderwijs/jeugd, gezondheid, welzijn en ruimtelijke ordening. Om te-weinig-actieven succesvol in beweging te krijgen, moeten we de krachten bundelen. Klik hier voor goede voorbeelden van de gemeente Enschede, Enkhuizen en Delft.

     

    a. Training en cursusaanbod NISB; De cursus ‘Netwerken in beweging’ biedt u handvatten, inzichten en concrete tools om effectief met netwerken aan de slag te gaan. De cursus is bestemd voor mensen met een actieve rol in netwerken als initiatiefnemer of trekker, of als professioneel begeleider.

     

    b. Lokaal actief (NIGZ); Vanuit het Project Lokaal Actief heeft NIGZ een document opgesteld waarmee u de samenwerkingspartners binnen uw gemeente kunt inventariseren.

     

    c. Lokale samenwerkingswijzer (NIGZ); Deze leidraad is een hulpmiddel bij het opzetten, afstemmen en evalueren van lokale samenwerkingsverbanden voor gebruik door professionals in het veld.

  • Stap 2. Bereiken van de doelgroep

    U kunt de mooiste plannen hebben, maar hoe bereikt u de doelgroep?

     

    a. Netwerken in Beweging; Mensen bevinden zich in sociale netwerken. U kunt de doelgroep beter aanspreken via mensen uit hun omgeving dan de boodschap vanuit uw gemeente te vertellen. Tijdens de cursus Netwerken in Beweging, leert u uw netwerk in beeld te brengen en kunt u onderzoeken in welk sociale netwerk uw doelgroep zich bevindt.

     

    b. Communities in Beweging; Communities in Beweging (CiB) is een werkwijze die gericht is op inactieve mensen met een lage sociaal economische status. Binnen een aantal weken ervaren de deelnemers van CiB plezier in bewegen, neemt hun zelfvertrouwen toe, ontwikkelen ze initiatieven, leren ze meer over gezonde voeding en kennen meer vormen van laagdrempelig bewegen. Het einddoel is om de deelnemers structureel meer te laten bewegen, vooral door meer te bewegen in hun dagelijks leven en meer te weten over een gezonde en actieve leefstijl.

  • Stap 3. Inzet communicatiemiddelen

    Hoe vertaalt u het beleid naar een goede communicatieboodschap richting uw burgers? Dit kunt u doen door de campagne 30minutenbewegen te verbinden aan uw NASB-beleid. Hoe?:

    • De campagne 30minutenbewegen werkt ondersteunend aan de uitvoering van de NASB-plannen / activiteiten.
    • NASB is een beleidskader. De campagne 30minutenbewegen de communicatieve uitwerking van de activiteiten richting de burgers.
    • De naam is de boodschap; 30minutenbeweg zegt de burger meer dan NASB of bijvoorbeeld de naam van een interventie.

    Klik hier voor meer informatie over lokaal campagenvoeren.

  • Stap 4. Gegevensverzameling (monitor en evaluatie)

    Hebben alle opgezette plannen effect? Kom er achter door een goed monitoring en evaluatieplan op te zetten. Instrumenten die u hierbij ondersteunen zijn:

     

    a. Monitoring & Evaluatie kompas; in ontwikkeling (eind augustus gereed).

     

    b. Lokaal Actief; Vanuit de aanpak Lokaal Actief zijn diverse evaluatieformats ontwikkeld die u kunt inzetten om uw beleid te evalueren.

  • Stap 5. Samenwerking en kennisuitwisseling

    Vanuit het NASB wordt jaarlijks de relatiedag georganiseerd. Tijdens deze dag staat het uitwisselen van kennis en het kennismaken centraal. Daarnaast kunt u deelnemen aan de NASB-workshops.

  • Borging
  • Stap 1. Zorgen voor politiek commitment, door resultaten te tonen, successen te delen en door financiering te regelen

    Politiek commitment kunt u creëren door goede gegevens te verzamelen en aan te tonen dat uw beleid effectief is. Hieronder vindt u een aantal instrumenten die u hiervoor kunt inzetten.

     

    a. Monitor- en evaluatiewijzer; De Monitoring- en Evaluatiewijzer Sport en Bewegen is een stappenplan met voorbeelden, hulpmiddelen en tips voor analyse, monitoring en evaluatie van lokaal sport- en beweegbeleid. Het uiteindelijke doel van monitoren en evalueren van sport- en beweegbeleid is het genereren van informatie op basis waarvan beleidsmakers het gevoerde beleid of strategie kunnen beoordelen.

     

    b. Bos-Kompas; Het BOS-kompas is een instrument waarmee u eenvoudig verschillende gedragsindicatoren kunt meten. U kunt per wijk, buurt, stadsdeel of gemeentekern het gedrag van uw doelgroep volgen. Daarbij kunt u aangeven welk gedrag u wilt meten: ‘sport- en bewegen’, gezondheid, opvoeding, onderwijs, welzijn en/of overlast.

     

    c. NASB kompas; in ontwikkeling.

     

    d. Lokaal Actief; In het werkboek van Lokaal Actief is een hoofdstuk besteed aan borging (hoofdstuk 6).

     

    e. Benchmarkgegevens en kengetallen; volgt binnenkort.

  • Stap 2. Kennis- en competentieontwikkeling lokale partners en uitvoerders

    Sinds 2009 is NISB gestart met een Trainingsunit. NISB Consult leidt professionals op voor beweegprogramma's die gericht zijn op een actieve gezonde leefstijl voor diverse doelgroepen. Verder verzorgen wij specifieke bijscholing om de kwaliteit in de uitvoering van beweegprogramma’s te waarborgen.

  • Stap 3. Vastleggen in beleid

    Om structurele inbedding van het NASB te garanderen, is het belangrijk dat de aandacht voor te-weinig-actieve doelgroepen, het bevorderen van een actieve leefstijl en bewegingstimulering een structurele plek krijgen in beleid, bij voorkeur in het gezondheidsbeleid. Door de verklaring Impuls NASB te ondertekenen heeft u zich ook gecommitteerd aan de doelstelling van het Ministerie van VWS dat het NASB wordt opgenomen in het lokale gezondheidsbeleid.


    Hoe kunt u zorgen dat het NASB een structurele plek krijgt in het gezondheidsbeleid? Intersectoraal samenwerking is hiervoor een voorwaarde. Aangezien veel gemeenten in 2008-2009 een eerste gezondheidsnota hebben geschreven en er in 2012-2013 een volgende moet worden gemaakt, heeft u als gemeente voldoende tijd om een voet tussen de deur te krijgen bij uw collega’s van Gezondheid.

     

    NISB heeft een aantal instrumenten ontwikkeld die u ondersteunen bij het opstellen van sport- en beweegbeleid:

     

    a. Menukaart sport en bewegen; De Menukaart Sport en Bewegen is bedoeld voor beleidsontwikkelaars van gemeenten en provincies. Het is een hulpmiddel bij het formuleren van nieuw sport- en beweegbeleid. De menukaart bevat informatie over de (mogelijke) doelstellingen van sport- en beweegbeleid en geeft aan welke onderdelen tot sport- en beweegbeleid van een gemeente kunnen horen.

     

    b. Beleidswijzer sport en bewegen; De beleidswijzer is een stappenplan met voorbeelden, hulpmiddelen en tips voor beleidsontwikkelaars van gemeenten en provincies voor het opstellen van sport- en beweegbeleid.